Jaarrekeningbalans

De jaarrekeningbalans is een moment opname zoals deze is opgenomen als onderdeel van het jaarverslag. Het jaarverslag bestaat uit het bestuursverslag, de jaarrekening en de overige gegevens.

De jaarrekening bestaat de jaarrekeningbalans, de winst- en verliesrekening en het kasstroomoverzicht.
Op deze website wordt alleen de jaarrekeningbalans en de betreffende activa en passiva posten beschreven.

De jaarrekeningbalans staat in de jaarrekening en geeft de situatie op een bepaald moment aan, waardoor de lezer van de balans een indruk krijgt van de financiële stabiliteit van een organisatie. Om de lezer een goed beeld te laten vormen van de economische werkelijkheid van de organisatie is in de jaarrekening zowel de balans per 1 januari als per 31 december weergegeven. Er zijn verslaggevingsperiodes die niet op 1 januari en 31 december eindigen, echter gaat het erom dat er twee moment in de jaarrekening staan, waardoor de lezer de wijziging gedurende het boekjaar kan zien.

Activa

Aan de activazijde van de balans staan de bezittingen van de organisatie, waarmee de organisatie de operationele activiteiten uitvoert. De activa zijde begint bovenaan meestal met de meest vaste vorm van een actief, de vaste activa. De vaste activa kunnen bestaan uit de materiële vaste activa, immateriële vaste activa en de financiële vaste activa.

Vervolgens worden de vlottende activa weergegeven van een organisatie. De kortlopende activa kunnen bestaan uit de voorraden, onderhanden werk of projecten, effecten, vorderingen. Het kenmerkende verschil tussen de vaste activa en de vlottende activa is de looptijd. Als vuistregel kan er gehanteerd worden dat de vlottende activa betrekking hebben op verbruik binnen één jaar. Voor de vaste activa geldt dat het verbruik langer dan één jaar mee gaat. In de verslaggeving wordt ook wel gesproken over een actief dat meerdere productiecyclussen meegaat.

Onderaan de activazijde tref je de liquide middelen, effecten en andere direct om te zetten in geld posten aan. Een organisatie kan deze middelen direct inzetten en omzetten tot geld. Er wordt toegelicht of de middelen direct ter beschikking staan aan de organisatie.

Passiva

Aan de rechterzijde van de balansrekening staan de passiva. De passiva is de wijze waarop de bezitting (activa) zijn gefinancierd. De passivazijde bestaat uit het eigen vermogen, voorzieningen, ang vreemd vermogen en het kort vreemd vermogen.

Het eigen vermogen zijn de geldmiddelen die de eigenaren van de organisatie zelf hebben ingebracht in de organisatie. Vervolgens wordt jaarlijks de winst (of verlies) van de organisatie aan het eigen vermogen toegevoegd. Het kan voorkomen dat geld extra aan het eigen vermogen wordt toegevoegd (storting) of opgenomen wordt (privé opname, winst uitkering of dividend).

De voorzieningen worden gevormd om bepaalde toekomstig uitstroom van middelen te kunnen voldoen. Het is een reserve die wordt opgebouwd om een stabiel resultaat in de winst- en verliesrekening te laten zien. Een voorbeeld van een voorziening is de onderhoudsvoorziening. Jaarlijks kan er bijvoorbeeld 10% worden opgenomen in de voorziening, aangezien er na 10 jaar onderhoud uitgevoerd moet worden. Jaar 1 € 10.000,- toevoegen aan de onderhoudsvoorziening, jaar 2 t/m 10 ook en vervolgens in jaar 10 het onderhoud uitvoeren van naar verwachting € 100.000,-.

De schulden kunnen zowel langlopend (langer dan een jaar) als kortlopende zijn (korter dan een jaar). Langlopende schulden zijn een hypotheek, langlopende lening of leningen waarvan je verwacht deze niet binnen een jaar af te lossen. De kortlopende schulden verwacht je in het volgende boekjaar allemaal te hebben afgelost. Denk hierbij aan een schuld Btw, loonbelasting, accountantskosten of crediteuren (schulden aan leveranciers).

jaarrekeningbalans